Vibe code al je muziek instrumenten?

Het nieuws van Behringer waarin ze de Kick open source drum sampler aankondigen, en een dj systeem met hetzelfde idee, werd snel gevolgd door Akai met de aankondiging van de sample keys, en dat deze ook open source wordt. (Ongetwijfeld gaat dat ook gelden voor de sample). Het zette mij aan het denken.

We hebben natuurlijk ook al veel reversed engineering gehad op oude machines zoals de Akai S series samplers, tot aan niet zo oude machines van Elektron, allemaal voorzien van een nieuw OS of firmware.

Mooi toch, op het eerste gezicht is dit zo ongeveer de droom. Je bedenkt een functie of feature en je kan het toevoegen. Of je spot een bug en je kan deze eenvoudig verhelpen en delen met de wereld. Alles gaat straks zo veel sneller.

Het (Open source) bouwen van je eigen ideeën.

Maar was dit niet allemaal al mogelijk? Niemand die je tegenhield om je eigen instrument te bouwen, of dat nu een hardware sampler is of het maken van je eigen instrument in PureData, Supercollider of Max MSP en deze aansturen met een controller en het zo bouwen van een geheel eigen systeem.

Het was alleen altijd al best moeilijk om zoiets te doen, niet iedereen heeft de tijd en energie, of kennis om zo’n project aan te gaan. Het andere probleem is dat het bouwen van je eigen ideeën, leidt niet altijd tot het beste instrument voor jou. Je kan immers maar zoveel bedenken als dat je kader toelaat.

Zelfs al ben je een (software) engineer in je dagelijks leven dan nog heb je wellicht helemaal geen zin in het ontwikkelen van je eigen OS voor al je apparaten, laat staan firmware. Ook al is het sneller met behulp van vibe coding of model driven development.

Je wil. misschien gewoon een instrument oppakken en muziek maken, en de eigenaardigheden van dat instrument omarmen. Het werken met een machine bedacht door andere mensen geeft je wellicht heel andere ideeën dan wanneer je alleen met instrumenten werkt die je zelf gebouwd hebt.

Het is altijd al mogelijk geweest om dit te doen, maar niet zo heel veel mensen hebben de overvloed aan energie om ervoor te gaan.

Het ontwerp is belangrijk, en moet integraal zijn

Veel instrumenten beginnen met een bepaalde ontwerp esthetiek, een werkwijze die erachter zit of een ander centraal uitgangspunt. Met hardware gaat het niet alleen om het bouwen van een mooie doos met knopjes, het nadenken over hoe dit alles gaat samenwerken met de software is erg belangrijk in het succes van het idee. Het zijn geen 2 gescheiden werelden.

Als de layout goed ontworpen is, toch is de combinatie met de software wat een machine goed laat zijn, en dat gaat verder dan alleen het bouwen van functies. Je moet vooruit denken bij het ontwerp van de hardware, en het moet passen in de filosofie achter de machine. Anders heb je eigenlijk een controller met een lege computer er in en moet je maar zien.

Dus waar deze ontwikkelingen erg leuk en goed lijken zo op het eerste gezicht, kan dit zomaar uitmonden in een berg doosjes met een halfbakken OS waar ook in de toekomst geen ontwikkeling in zit vanuit een uitgangspunt of filosofie. En is de hoop dan dat de gebruikersgemeenschap dit gat zelf gaat invullen. Een nogal grote gok.

Hoeveel mensen willen niet gewoon muziek maken in hin vrije tijd zonder zich te bemoeien met deze “vrijheid van open source”, ook al kan je het hele gebeuren vibe coden?

Ondermijnd dit niet het hele concept van het bouwen van goed doordachte instrumenten gericht op muziekanten die gewoon een instrument willen leren gebruiken en muziek gaan maken. Willen we deze vermeende vrijheid wel? Limieten zijn een mooi onderdeel van het creatieve proces, en brengen ideeën vaak net zo goed vooruit als oneindig veel mogelijkheden.

Waarom dan wel?

We kennen allemaal het gevoel van het kopen van een instrument en dan vastlopen in bugs, functies die niet af zijn en als geheel niet af aanvoelen. En dan hopen dat met de tijd deze zaken verholpen worden door nieuwe en verbeterde software. Sommige bedrijven zijn hier goed in en ander minder. Dit kan natuurlijk erg frustrerend zijn en zeker als je bezitter bent van producten die niet af zijn en uiteindelijk niet meer worden gemaakt. Je zou kunnen beargumenteren dat open source dit kan oplossen.

Aan de andere kant, bedrijven kunnen hun eigen processen al verbeteren door datzelfde AI toe te passen en de software beter op te leveren en sneller op te lossen. Dus waarom de moeite doen dit via open source op te lossen.

Minder is meer

Terug naar de voordelen, meer functies. Waarom laten we niet iedereen werken aan eigen ideeën en functies, zo kunnen we er allemaal van profiteren. Het behouden van een graad van integriteit aan het originele idee, doel en ontwerp van een instrument betekent ook dat je sommige functies juist niet wil toevoegen. Sommige van deze verzoeken zitten de werkwijze en het idee van het ontwerp dan gewoon veel te veel in de weg. Minder is dan gewoon meer. We hebben allemaal software zoals Ableton waar we slechts een deel van gebruiken.

Er is een reden dat niet iedereen vol gaat voor open ended systems als Max MSP, Supercollider of PureData. Het is teveel, te veel opties, teveel ideeën die in een systeem gepropt kunnen worden als je niet oplet. Ontwerp is ook beheersing. Iets ontwerpen met limieten zodat mensen juist daarmee creatief kunnen zijn.

Als je iets wil ontwerpen dat vol zit met functies speciaal voor jou, dan kan dat, dat kon al en kan wellicht nu nog beter in de tijd van AI. Dus waarom zouden fabrikanten ineens alles met als uitgangspunt open source, moeten gaan bouwen.

Bouw het zelf! Vanaf nul

Ik ben zelf een groot voorstander van open source, en het bouwen van je eigen gereedschap, en het ontwerpen van mooie dingen. Zeker nu is dat meer toegankelijk dan ooit. Met de voordelen van AI, workshops, printing en het kunnen doen van kleine productie runs. Maar het blijft moeilijk, je moet aan je vaardigheden werken, het bouwen van een ontwerp filosofie en het zetten van limieten op een gegeven moment. Als je dat wil doen, dan kan dat.

Maar voor het pure plezier van het maken van muziek, is het voorhanden hebben van een paar goed gebouwde en ontworpen instrumenten de weg om te gaan. Dus hebben we bedrijven nodig die een eigen ontwerp filosofie hebben, en het harde werk doen van het ontwikkelen, onderhouden en verder brengen van deze ideeën. Anders zitten we straks allemaal vast in ons eigen hoofd en ik denk dat er dan wel eens een heel stuk minder toffe instrumenten uitkomen als we alles in een vroeg stadium laten gaan en niet meer bereid zijn het harde werk te doen.

Luie creatieve zondag

Ritme houden met wat dan ook is erg moeilijk het laatste jaar, wellicht wat langer. Deels omdat ik even geen idee heb wat ik wil doen met mijn creatieve uitlaatkleppen, schrijven en muziek zijn daarin de belangrijkste maar ook programmeren.

De belangrijkste methode om consistent te zijn is altijd geweest het maken van plannen. En vooral zorgen dat ik er mee bezig blijf, op komen dagen (Showing up is half the work). Consistentie en op komen dagen zijn mijn sterkste punten, de zwakste het afmaken van dingen en het delen ervan. Alles wat er tussen ligt gaat eigenlijk als vanzelf.

Ik was aan het nadenken over dit dilemma op deze luie zondag, waar zowaar de herfst echt zijn intrede heeft gedaan, en dacht, ik schrijf het gewoon op.

Het is wonderlijk hoe mijn energie niveau bepaald in hoeverre ik nu op kan komen dagen in het creatieve deel van mijn leven, en het mij ook energie geeft. Maar zonder de start energie is er geen terugvloeiende energie. Iets heel erg leuk vinding om te doen, betekent niet automatisch dat ik een groot deel van mijn energie daaraan kan besteden. Het leven heeft zat dagelijkse taken en dingen die toch echt ook moeten gebeuren.

De conclusie is dat ik misschien veel kleinere stappen moet proberen en gewoon wat luie zondagen moet vrijmaken en ze ontvoeren in luie creatieve zondagen. Gewoon gaan zitten met een pen en een leeg vel papier en wat woorden op dat stuk papier proberen te krijgen. Of een drumloop maken op een drummachine.

Goede planning helpt mij erg veel in het dagelijkse leven en ik heb deze tactiek vaak zat toegepast, met wisselend succes. En het is misschien niet de manier in het creatieve deel van mijn leven. Het zijn namelijk geen dingen die ik echt moet doen om mijn leven aan de gang te houden. Aan het einde van de dag zijn het, hoewel hele mooie hobby’s, toch maar hobby’s. Er is geen noodzaak om eraan te werken alsof het mijn werk is of echt een noodzakelijke activiteit.

Het loslaten van een strakke planning en gewoon simpelweg een blok tijd reserveren en gewoon creatieve dingen doen, is misschien wel de weg terug naar consistentie. De tijd zal het leren. Ik ga het proberen.

Een terugkeer naar oude gewoontes

Ik ben een tijdje weggeweest. Aan het uitzoeken wat ik op creatief gebied wil doen en wat tijd gemaakt voor andere dingen. Meer offline ook maar ik vindt het nog steeds leuk om dingen te publiceren. Al zijn het maar willekeurige gedachten over het leven.

Wel heb ik gemerkt dat ik een soort van consistentie nodig heb om bezig te blijven. En schrijven is een mooie weg terug naar consistent bezig zijn met het maken van projecten, en afronden. Een mooi stok achter de deur. Op het gevierd van muziek ben ik voornamelijk bezig geweest met het ronddwalen in mijn Eurorack systeem. Wat erg leuk was, ik heb nog steeds problemen met het afronden van muziek en zoek nog altijd naar een goede manier om projecten af te ronden.

Daarnaast heb ik veel gelezen, onder andere over creativiteit, wat mij brach bij het boek van Rick Rubin, creatief zijn. Wat ingaat op het creatieve proces en hoe je dat vorm kan geven. Niet alleen interessant voor artiesten overigens maar voor iedereen. We doen allemaal allerlei creatieve dingen in het dagelijks leven.

Het boek gaat van praktisch toepasbare tips tot aan meer filosofische mijmeringen over creativiteit. Het leest soepel weg en er is wat te vinden voor iedereen. Dus als je nog een leuk boek zoekt voor de vakantie, dit kan het weleens zijn.

Rustig aan doen, helpt veel.

Het is een tijdje geleden, niet veel te vertellen en niet veel vooruitgang in het creatieve proces, althans geen afgeronde projecten. Hoe klein ook. Is dat erg? Nee, ik heb het veel rustiger aan gedaan en heb gewerkt aan mijn projecten zonder echte planning, gewoon alleen bezig geweest met consistentie.

Ik ben veel buiten geweest, gewandeld, hardgelopen en buiten gezeten met een boek. Uitgelogd, en lekker genoten van alles. Het blijft een vreemd fenomeen van moderne tijden waarin we veel communiceren en minder echt werk gedaan krijgen. Overdenken en nadenken vergt focus, rust, en ruimte om te ademen. Doomscrollen en andere digitale verslavingen leiden enken af van het werk, en niets doen is gewoon onderdeel van het proces.

Druk zijn is misschien een activiteit op zich geworden die gelijk staat aan nuttig bezig zijn, een volle agenda als bewijs van actief zijn en hard werken, maar het werkt allemaal contraproductief. Ik heb de afgelopen periode veel meer in minder tijd kunnen doen en van de dingen veel meer kunnen genieten.

Zonder meer te streven naar een maximum resultaat, wat voor mij inhield zoveel mogelijk tijd plannen als mogelijk was voor de diverse activiteiten. Hierbij vergat ik dat rust nodig is om alles te verwerken, overdenken en het denkwerk te kunnen doen. En dat terwijl ik altijd al rust en pauzes heel bewust moet plannen. Het was gewoon te rigide.

Het grootste probleem is altijd het behouden van de balans en de voortgang. Maar het overslaan van veel afleidingen heeft alvast veel geholpen. Dat is zo eenvoudig als geen telefoon meenemen bij een wandeling. Misschien toch maar een domme telefoon aanschaffen? Hoe dan ook, tot de volgende keer.

Kunst & inkomen, de financiën van kunst

Deze week is bekend geworden dat Aslice gaat stoppen. Aslice ging voor een betere betaling van muzikanten, een eerlijker verdeling van de inkomsten uit muziek. En dat alles via een community gedreven opzet.

Er zit namelijk een fors gat tussen wat de makers van muziek verdienen en degene die de muziek draaien op feesten en festivals. Niet voor niets moet je tegenwoordig eigenlijk Dj/producer zijn om nog er een inkomen uit te halen.

Het idee was eenvoudig, Dj’s sturen hun playlists in en aan de hand daarvan worden de producers uitbetaald. Dus voor iedere keer dat een track wordt afgespeeld gaat een deel van de gage naar de maker van de muziek. Dit betekend ook dat de Dj net wat minder verdiend. Maar de producer de kans geeft om zo wat meer, of eigenlijk iets aan zijn/haar/hen muziek over te houden.

Nu zijn lang niet alle DJ’s grootverdieners uiteraard, en hebben veel Dj’s ook moeite om voldoende binnen te harken voor een goed inkomen. Je kan er van alles nog over lezen op de website van Aslice. En dat brengt mij op een probleem in de wereld van de kunsten, want niet alleen in de muziek speelt dit, ook schrijvers, kunstschilders, beeldend kunstenaars, en alles wat je verder maar kunt bedenken hebben problemen om een goed inkomen te vergaren. En doen er van alles naast.

Aslice & het belang van een gemeenschap

Het (achteraf) grootste probleem voor Aslice was het wegblijven van veel Dj’s en dan met name de hoogst betaalde categorie. Het probleem hiervan is dat je dan een groot deel van de verdiensten die zouden moeten terugvloeien naar de makers van de muziek mist. Maar ook in de lagere regionen miste Aslice het volume om echt door te kunnen breken als eerlijke verdeler van inkomen.

Maar waarom is dit belangrijk? Iedereen kan toch via zijn eigen kanalen werken aan verbetering van inkomen? Uiteraard kan je dat alleen proberen, het probleem is alleen dat je nooit alle uithoeken van het ecosysteem kan bereiken. Eenvoudig weg weet je niet waar en wanneer je muziek gedraaid wordt als mensen het je niet laten weten. In plaats van je muziek voor jouw te laten werken nadat je het hebt gemaakt, doordat andere mensen het draaien en verspreiden (verkopen dus), moet je er zelf dus achteraan. Door als producer ook te gaan draaien of andere activiteiten te ontplooien.

Het probleem hiermee is, er zit een limiet aan wat je aan energie per dag kan leveren, je hebt een gelimiteerde output. En als muzikant is het natuurlijk niet jouw baan om je muziek ver te brengen, jij moet nieuwe muziek maken. Dat is jouw baan. Door het systeem van Aslice was de muziek in staat om inkomsten te genereren doordat anderen ermee aan de slag gaan, en dus voor jou wat inkomsten genereren. Het is immers geen hobby. Als muzikant moet je van je muziek kunnen leven. En niet alleen als je het geluk hebt om tot de top te behoren. Het zorgde voor een inkomstenstroom zonder dat jij daar als muzikant nog werk aan had. Passief inkomen dus.

Een ecosysteem kan niet functioneren als slechts een klein deel van de inspanningen van de rest van het systeem profiteert. Dit leidt onherroepelijk tot uitholling van het ecosysteem. In het geval van kunst verdwijnen belangrijke artiesten en blijft de broodnodige vernieuwing uit. Op een gegeven moment stort dan het hele systeem in, en blijft er een bar landschap over. Geen vruchtbare grond voor nieuwe muzikanten en stromingen. Je kan er niet meer aan meedoen en je kan er niet meer van leven. Mensen hebben immers veel tijd nodig om aan hun vaardigheden te werken, dat kan alleen als het ecosysteem, de gemeenschap dit toelaat. En je de kans geeft om aan die hoofdtaak te werken. En niet allerlei nevenactiviteiten moet ontplooien om het hoofd boven water te houden.

Individualiteit & de illusie van het succes

Het is een breder maatschappelijk probleem dat de laatste pak hem beet 30 jaar tot de kern van het probleem is geworden. Dat succes een resultaat is van individuele keuzes en hard werken. Maatschappij breed leeft de gedachte dat succes maakbaar is, ongeacht wat zich afspeelt in de buitenwereld. Als je maar hard genoeg werkt en de ‘kansen’ pakt lukt het vanzelf.

Deels is dat natuurlijk zo, maar je kan maar zo succesvol worden als je omgeving toelaat. Op een klein percentage na, die overigens ook vaak de omgeving verlaten waar ze vandaan komen omdat ze weten dat de kansen daar niet heel groot zijn.

Succes is een gevolg van een solide gemeenschap en een goede infrastructuur. Je kan niet alles alleen namelijk. Een maatschappij kan alleen functioneren en floreren als de zaken als onderwijs, gezondheidszorg, wonen, voedselvoorziening enzovoorts goed geregeld zijn, en belangrijker nog voor veel van de deelnemers toegankelijk zijn. Iedereen moet er zoveel mogelijk gebruik van kunnen maken.

Je moet dus aan deze gemeenschappelijke infrastructuur werken om als individu succes te kunnen hebben, met andere woorden. Iedereen moet een klein deel bijdragen aan de gezamenlijke benodigdheden om het eigen succes en dat van anderen mogelijk te maken. In de meest bekende vorm is dat het betalen van belasting. Zo eenvoudig is het.

De kunsten en het verdienmodel

In de wereld van de kunst en cultuur is de laatste decennia vooral bezuinigd en de nadruk gelegd op het zelf de broek ophouden. Veel van de subsidie die de infrastructuur garandeerde, denk aan ateliers, podia, studio’s, onderwijs enzovoort is verdwenen of tot een minimum beperkt. De nadruk is dus veel meer komen te liggen op de leden van de kunstgemeenschap zelf om deze infrastructuur overeind te houden. En een eerlijker verdeling van de inkomsten wordt zo cruciaal.

Door subsidie, via belastingen betaald, is dat als het ware onzichtbaar, immers er worden allerlei zaken uit belastingen betaald en veel mensen zien dit als hinderlijk, immers worden er ook zaken betaald die ze liever niet zien. Maar daarom is er zoiets als de democratie en het stemmen. Dat idee van saamhorigheid is in de brede samenleving al decennia een probleem, en dat is ook in de kunstwereld binnengedrongen. Het was al niet eenvoudig om een boterham te verdienen als kunstenaar en dit is door de uitholling van de subsidies niet beter geworden. De gemeenschap achter de artiesten is verdwenen.

Het verdienmodel, en de waarde die de samenleving aan kunst & cultuur momenteel toekent zijn onvoldoende voor veel individuele artiesten om een zeker bestaan op te kunnen bouwen. Eigenlijk is het verdienmodel verschoven naar de persoon, en niet meer de kunst is het wat verkocht dient te worden. Zaken als het 1000 volgers principe, waarbij 1000 volgers 1000 euro per jaar betalen en je zo van een inkomen voorzien zijn allemaal gericht op het individu.

Maar stopt het individu door een calamiteit met het maken van muziek en alle andere output dan stopt de inkomens stroom abrupt. En zijn er geen vangnetten. De meest schrijnende gevallen zijn de Gofundme pagina’s van artiesten die ziek zijn geworden en nu de maandelijkse lasten niet meer kunnen betalen, laat staan de ziektekosten en de moeilijke weg naar herstel.

Er zit een enorme beperking op wat je verdiencapaciteit als individu is, voor iedereen maar zeker ook voor een artiest, waarbij de kunst verkocht moet worden. In het geval van muziek gedraaid moet worden, dat zou de inkomstenstroom moeten zijn waar een muzikant mee verder kan. Maar zo werkt het niet meer, je kan niet meer leven van albums en muziek uitbrengen alleen. En dat is een groot gevaar, immers het kost veel tijd om tot de muziek te komen, die tijd moet zich gaan uitbetalen als de muziek de wereld over gaat.

De muziek gaat de wereld over, maar het geld blijft plakken aan de absolute top van de pyramide. De balans in de geldstromen is zoek. Een eerlijker verdeling is waar een platform als Aslice belangrijk ik was.

Gemeenschap weer op de agenda

Dankzij de technologie zijn we in staat om relatief snel een oplossing te bouwen die bij voldoende draagkracht kan zorgen voor een gezonde verdeling van de inkomsten kan zorgen, en dat betekend niet dat iedereen op een houtje moet bijten. Het is alleen van belang dat je elkaar plek in de gemeenschap en het eco systeem op waarde weet te schatten. Dus niet alleen die shout-out op social media maar gewoon een klein bedrag per gedraaide plaat overmaken naar de maker van de muziek. Het gaat niet om wereldschokkende bedragen, maar om het volume.

Maar technologie is alleen een middel om iets te bereiken, dingen echt bereiken kan alleen als de overgrote meerderheid van de gemeenschap het nut ervan in ziet. En dat kan men alleen als je gemeenschap weer centraal op de agenda zet. Op bijeenkomsten van de muziekindustrie moet het niet meer gaan over branding van de artiest, maar over bouwen aan de gemeenschap.

En dan niet alleen de leuke kanten zoals het samen werken aan nieuwe muziek of over samenwerking met instrumentmakers en andere deelnemers, nee het moet gaan over de risico’s van het vak artiest. De saaie boekhoudkundige kant. Ik noem even een aantal risico’s van het niet voldoende betaald krijgen als zelfstandige artiest (of welk beroep dan ook), bij het ontbreken van een gedegen vergoeding en inkomen.

      • Onvoldoende inkomen om je afdoende te verzekeren tegen ziekte.
      • Onvoldoende inkomen om periodes zonder opdrachten door te komen, of je ertegen te verzekeren.
      • Onvoldoende inkomen om je pensioen te kunnen opbouwen.
      • Geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid kunnen betalen.

En dat zijn alleen nog de gevaren die het meest in het oog springen op individueel gebied. Dan zijn er nog de problemen voor de gemeenschap zelf.

      • Geen locaties om jong talent op te leiden of om kleinschalige optredens te organiseren.
      • Geen of nauwelijks netwerk mogelijkheden omdat iedereen altijd met zijn eigen winkel bezig moet zijn.
      • Geen synergie en schaalvoordelen van gemeenschappelijke ruimtes, organisaties en kennis deling.

Het gaat dus niet alleen om geld

Een gemeenschap heeft dankzij de verscheidenheid aan mensen die deelnemen een groot voordeel, je kan veel sneller en actiever bezig zijn met je specialisme en verder leren als je onderdeel uitmaakt van een gemeenschap. Om die gemeenschap draaiende te houden moet iedereen een deel van zijn tijd en geld ten dienste stellen aan die gemeenschap. In de samenleving is dat geregeld via belastingen. We zijn als creatieve gemeenschap gewend om dit onzichtbare deel van het inkomen dat ten dienste staat aan de creatieve gemeenschap als vanzelfsprekend te beschouwen. Dat is in het huidige politiek economische klimaat geen vanzelfsprekendheid meer. We moeten zelf zorgdragen voor het gezond houden van de gemeenschap.

Het belangrijkste en meest eenvoudige is allemaal een deel van onze tijd steken in de pijlers van deze gemeenschap, dus onderwijs, veilige plaatsen om samen te komen en te werken en ieder zijn vak te kunnen laten beoefenen en zijn plek te geven.

Het begint, met tijd kunnen investeren in het bouwen aan de gemeenschappelijke infrastructuur. En om dat te kunnen doen is een eerlijke verdeling van de inkomsten die gegenereerd worden met de muziek (of welke andere kunstvorm dan ook) noodzakelijk. Het begint dus met geld en het verdelen ervan. Want anders heb je geen tijd om te vergeven om aan de gemeenschap te kunnen werken.

Aslice was een uitstekend middel om als gemeenschap op eigen voorwaarden te kunnen bouwen aan een gezonde gemeenschap, waarin iedereen voldoende kan verdienen aan zijn/haar/hen kunst.

En dat is voor de hele samenleving van groot belang, immers kunst zet aan tot kritisch denken en heeft altijd al een belangrijke rol gespeeld in het vormen van veilige plaatsen voor mensen in verdrukking. We kunnen eenvoudigweg als samenleving niet zonder kunst om vooruit te komen. Daarom moet de kunstgemeenschap op zichzelf eens goed in de spiegel kijken en het werken aan die gemeenschap als belangrijk en cruciaal onderdeel gaan zien.

 

 

Kwantiteit boven kwaliteit?

Een van de dingen waar ik vaak over twijfel is de kwaliteit van mijn creatieve output. Of dat nu muziek is, foto’s of mijn schrijftalent, ik twijfel eigenlijk overal over. Is het wel goed genoeg om te delen met de wereld. Met name met mijn muziek is dat een punt. Ik deel nagenoeg nooit iets.

Dat wil ik graag veranderen. Maar omdat ik naar perfectie streef gooi ik vaak ideeën weg of blijf ik te lang hangen en eindeloos proberen een punt te bereiken van perfectie. Dat heb ik met andere dingen minder, waarschijnlijk omdat ik mijzelf daar beter in vind. Of omdat ik het vaker doe en het daarom makkelijker deel.

De maatschappij leert ons dat alles ‘perfect’ moet zijn, wat die ‘perfectie’ dan is, dat vertelt men er niet bij. En in het streven naar perfectie gaan een hoop goede ideeën en mogelijkheden om te experimenteren verloren.

De wetenschap leert ons dat om ergens goed in te worden je het vooral veel moet doen, je moet dus gewoon veel werk produceren. Je vaardigheden vergroot je al doende en je leert van je fouten. Door het werk te delen geef je anderen de mogelijkheid feedback te geven. En daar leer je weer van.

In Japan is het accepteren van de schoonheid van imperfectie heel normaal, wabi-sabi, de acceptatie en vergankelijkheid van schoonheid, en het omarmen van imperfectie. In kunst is het ‘imperfectie schoonheid’ of ‘onvolmaakte schoonheid’. Het benadrukt het proces van het maken van een kunstwerk en accepteert dat het resultaat uiteindelijk incompleet is. 

Wij kennen dat in de westerse cultures niet, en dat is erg jammer. Onze hang naar perfectie zit ons dus vaak in de weg. Of zoals Voltaire het zei “Best is de vijand van goed”. Dingen hoeven niet perfect te zijn, ze zijn het namelijk zelden. In het leven en zeker in de kunst is perfectie een betwistbaar concept. 

Waarom vind ik het dan zo moeilijk om mijn muziek te delen? Waarschijnlijk omdat ik zoveel waarde hecht aan muziek. Het heeft mij zoveel goede herinneringen gegeven en door veel moeilijke momenten gesleept dat ik mijn eigen bijdrage lang niet goed genoeg vindt om zulke emoties te kunnen rechtvaardigen.

Dat klinkt wat zwaar maar zo voel ik het. Het is tijd om dat los te leren laten en gewoon te beginnen met het delen van mijn creaties. Ook al zijn het nog maar beginnende loops of nummers die niet af zijn. Ik moet niet meer proberen te streven naar kwaliteit, maar via kwantiteit mijn vaardigheden vergroten en mijn angst om te delen kwijt te raken. Uiteindelijk volgt de kwaliteit van vanzelf.

Minder is meer

Hoe groter mijn muziek setup is hoe meer opties ik heb. Ik hou ervan om te verdwalen in de mogelijkheden. Dit leidt echter onvermijdelijk tot een tekort aan tijd. Meer van mijn beperkte tijd en energie gaan zitten in het leren gebruiken van de gekozen apparatuur en het geheel opzetten zodat ik ermee kan werken.

In het verleden heb ik vaker gebruik gemaakt van de minder is meer strategie maar erg goed was ik er niet in. Na verloop van tijd ging ik toch weer meer spullen erbij pakken. Wat op zich vreemd is omdat ik toch vrij gedisciplineerd ben. Ik kan mij over het algemeen goed aan een planning en doelen houden. Alleen hiermee dus niet. Ik ben net een klein kind in een speelgoedwinkel die overal mee mag spelen. Onvermijdelijk leidt dit dan tot een hoop schetsen en niets dat ooit af komt. Er komt geen enkel resultaat uit.

Dus nu moet ik mijzelf echt houden aan een kleine goed gekozen set van gereedschap en niet meer afwijken tot ik mijn project af heb. De komende maand ga ik besteden aan het leren gebruiken van deze kleinere setup. Want dit was ook een van de fouten die ik in het verleden gemaakt heb. Te weinig tijd nemen om mijn doelen te bereiken. Want er is nu eenmaal veel te doen.

Max MSP project – Het idee, de looper.

Om het leren van Max wat focus te geven, heb ik gekozen voor een eenvoudig idee. Het maken van een loop apparaat. Denk hierbij aan de hardware versies zoals de Boss RC-505 , en meer aan de experimentele kant, de Soma Cosmos.

Het wordt een looper gericht op live gebruik en jam sessies. Met als input de Eurorack synthesizer.

De looper moet gaan zorgen voor het opnemen van loops uit de modular. Zodat ik wat meer controle heb over wat er uiteindelijk uitkomt. En loops kan stapelen, bewerken en voorzien van effecten.

De interface van de Eurorack naar de computer is een Expert Sleepers ES-9. Een audio interface voor Eurorack. Het heeft 8 audio inputs. De looper gaat dus ook beschikken over 8 loops. De looper gaat fungeren als buffer tussen de Eurorack en het uiteindelijke stuk muziek dat door de speakers naar buiten komt.

Ik ga beginnen met de basis en dan werk ik de patch steeds verder uit. De verschillende onderdelen van het project heb ik onderverdeeld in kleine stappen. Zodat ik niet verdwaal en ook zaken ga afronden.

Ik heb een aantal YouTube video’s gevonden die het maken van een looper behandelen. Ik ga eerst deze video’s volgen en daarna aanpassingen maken aan de hand van de functies die ik erin wil hebben. En dan hoop ik tot een eerste versie te komen.

Uiteindelijk zal ik deze eerste versie steeds verder uitbouwen.

De lijst met video’s :

video list :

Dearjohnreed – Four track looper part one
Dearjohnreed – Four track looper part two
Dearjohnreed – Four track looper part three

Soria box – Loop pedal from Scratch

Ik zal overigens de eerste versie delen op Github, deze is ter zijne tijd te vinden op : Cornerman – Github Max/MSP

Max MSP project – Beginnen met leren, een verzameling bronnen

Het nieuwe project is van start. Ik ben eerst op zoek gegaan naar goede startpunten. Boeken, internet pagina’s, YouTube enzovoorts.

Allereerst is er binnen Max een uitgebreide help functie, die erg goed. is Nu is het alleen zaak om te weten waar je naar zoekt. Het is een beetje als een taal leren. Je weet dat de woorden er moeten zijn maar je kent ze nog niet.

Boeken

Om dat te ondervangen ben ik verder gaan zoeken. Aangezien ik veelvuldig niet achter mijn computer zit zijn boeken altijd mijn eerste startpunt.  Ik had al een tweetal goede boeken. Die zeker niet misstaan in iedereen zijn muzikale boekenkast. Vooral als het gaat om algemene kennis op het gebied van de techniek en geluid.

Electronic Music and Sound Design serie

De boeken van Alessandro Cipriani & Maurizio Giri zijn zeer goed en gaan in op alle facetten van het maken van elektronische muziek en sound design. Door het hele boek komen toepassingen daarvan in Max MSP terug. Er zijn 2 delen uit zover ik weet en beide zijn recent van een revisie voor Max 8 voorzien.

Overigens is het geen ramp als je een oudere kopie hebt, de pagina’s waar de aanvullingen voor Max 8 gedaan zijn, kunnen gratis gedownload worden.

Deel 3 en 4 worden nog verwacht, al lees ik her en der dat deel 3 al uit zou moeten zijn. Ik denk niet dat er een uitgebreidere serie bestaat over het maken van muziek en de theorie erachter in Max MSP.

Ook al heb je geen Max msp dan nog is het een enorm leerzaam boek. Ik ben pas net weer begonnen aan deel 1 en het is even doorbijten aangezien sommige kost best taai is. Maar het betaalt zich vanzelf uit.

Step by step : Adventures in sequencing with Max/ MSP

Een boek geheel gewijd aan het bouwen van sequencers in Max MSP. Vorig jaar gekocht en nog niet in begonnen.

Gezien de belangrijke plek die sequencers innemen in elektronische muziek en de enorme variëteit aan opties om hiermee om te gaan is dit een mooi boek om erbij te hebben. In de inleiding staat wel dat er vanuit wordt gegaan dat je enige ervaring hebt met Max. Bij het snel doorbladeren bleek dat het inderdaad handig is om de basis al onder de knie te hebben. Zeker een boek wat ik uitgebreid ga bestuderen.

YouTube

Er zijn veel goede tutorials te vinden op YouTube , veelal ook losse videos waarin een bepaalde patch wordt uitgelegd naast een hele berg aan content die niet aan Max gerelateerd is. Ik heb echter een aantal zeer waardevolle kanalen gevonden waar heel veel Max tutorials staan. En ze zijn goed gegroepeerd op onderwerp, hieronder een opsomming.

    • Nedrush : Veel Max tutorilas en andere video’s over Ableton live , de Elektron Octratrack en nog veel meer.
    • Must1002 : Max video’s , van beginners tot complex, onderwerpen mooi in kleine video’s geknipt zodat je niet ineen keer overbelast raakt met urenlange sessies. Mooi in hapklare brokken.
    • Dude837 : Wederom veel Max , de Delicious Max playlist gaat mij veel opleveren
    • BazTutorials : Gevonden tijdens mijn zoektocht naar een looper tutorial, ook weer veel content. Per video een onderwerp, erg overzichtelijk.
    • dearjohnreed : Ook weer bergen max tutorials.

Er zullen er vast nog wel een hoop zijn die ik nog niet gevonden heb. Dus tips zijn welkom.

Overige

Naast de boeken en de tutorials zijn er ook nog zat pdf’s voorhanden die gaan van wetenschappelijke papers tot korte instructies om een bepaald onderwerp binnen Max te behandelen. Daarvan is veel te vinden via databases van universiteiten en andere open source bronnen zoals GitHub.  Als ik daarvan dingen gebruik in mijn projecten zal ik ze delen.

Daarnaast heeft Cycling74 ook een pagina met allerhande bronnen.

 

Boekrecensie – The war of art , strijdplan om (creatieve) doelen te bereiken.

Ik lees iets frequenter tegenwoordig en kom steeds vaker leuke en interessante boeken tegen , in dit geval een boek geschreven door Steven Pressfield , een schrijver van voornamelijk fictie.

Ik had nog nooit iets van hem gelezen en kwam dit boek tegen in mijn zoektocht naar het beter managen van projecten en het durven stellen van grote(re) doelen.

In ieder geval groter dan ik toe nu toe doe.

The war of art gaat over hetgeen ons weerhoudt om toe te geven aan onze eigen (creatieve) doelstellingen. Het creatieve tussen haakjes omdat het boek ook prima geschikt is voor de niet kunstenaars onder ons.

En bovendien, veel beroepen en doelen vereisen een hoge mate aan creatief en kunstzinnig denken om werkelijkheid te worden.

Het gaat om het overwinnen van je eigen interne blokkades , de weerstand die opening geeft aan uitstelgedrag, het zoeken van afleiding en andere zaken die je afleiden van simpelweg beginnen aan dat ene project.

Het schrijven van dat boek, het maken van dat muziekalbum , het starten van de onderneming, het beginnen van de opleiding. Het eerste deel behandeld de weerstand en hoe deze zich manifesteert.

Het tweede deel van het boek gaat over het overwinnen van de weerstand en wat er bij komt kijken om productief te blijven. En daarin is consistent ermee bezig zijn de belangrijkste les.

Het laatste deel gaat over inspiratie en hoe dat zich voordoet. Het is zeer compact geschreven en het herhaalt de bekende gegevens dat talent alleen niet genoeg is. En dat je er inderdaad gewoon aan moet beginnen en bezig moet blijven. Stiekem weten we dit allemaal wel. Maar het boek beschrijft het op zo’n manier dat het bezig blijven en overwinnen van de weerstand ineens enorm eenvoudig lijkt.

En de beste oplossingen zijn vaak de eenvoudige. Een mooie eenvoudige beschrijving om de belangrijke dingen gedaan te krijgen. En het leest als een trein.